Navelstaren tegen fascisme (geweldsdiscussie)

Ik wil graag inhaken op de geweldsdiscussie. Binnen de beweging zijn maar weinig mensen voor wie het gebruik van geweld iets moois is. Voor velen is geweld dan ook geen onderdeel van hun algemene strategie.  Ook zijn er maar weinig mensen die geweld principieel afkeuren indien het gebruikt moet worden als allerallerlaatste redmiddel, puur defensief. Zou het in de geweldsdiscussie louter om principes draaien dan denk ik dat er opvallend veel overeenstemming zou  zijn. Waarom laait de geweldsdiscussie dan toch steeds weer op en leidt deze tot ruzies? Om daar achter te komen moet naar mijn mening niet alleen naar de theoretisch/principiŽle kant van de zaak gekeken worden. Wat veel uitmaakt is hoe mensen de wereld om zich heen ervaren. Voor sommigen is de wereld een plek waar je op je hoede moet zijn. Een wereld waar niemand naar je wil luisteren en waar je voor je het weet te grazen wordt genomen.  Anderen zien juist een wereld met overal vriendelijke mensen, mensen die voor rede vatbaar zijn en met de juiste argumenten vast wel in beweging zijn te brengen. Iedereen zou eens bij zichzelf moeten nagaan wat zijn of haar grondhouding is. Hoe negatief of hoe positief sta je ten opzichte van de jouw omringende wereld en waar komt dat gevoel vandaan. Met zo'n zelfonderzoek zijn mensen misschien in staat om hun eigen irrationele reactiepatroon te doorzien. De verschillen in grondhouding beÔnvloeden volgens mij, zonder dat mensen het doorhebben, het algemene debat over hoe acties het beste gevoerd kunnen worden, de geweldsdiscussie in het bijzonder. Wat voor de een aanvoelt als defensief,  is in de ogen van een ander duidelijk offensief. Wat de een bedoelt als opbouwende kritiek voelt voor de ander als een respectloze aanval.

Zo'n open en zelfonderzoekende houding kan overigens ook geen kwaad als je jezelf wilt onderscheiden van het fascisme. Want fascisme staat voor niet-nadenken, voor de onderbuik laten voor wat-ie is. Laten we meer kritische filosofie in de strijd gooien, en meer aan zelfonderzoek doen, zodat uiteindelijk niet wij maar fascisten aan het kortste eind trekken.

MichŤl (Utrecht)

 

Dit artikel verscheen in een andere versie eerder in Ravage. Ook in Ravage verschenen rond hetzelfde onderwerp onder pseudoniem de volgende stukjes:


 

De geweldsdiscussie laait weer op (zie artikelen van Marco, Linda, Metha en Rick in vorige NN's). Naar aanleiding daarvan enkele persoonlijke overdenkingen. Mijn verbondenheid met de links radicale strijd tegen extreem rechts komt helaas nog altijd niet veel verder dan de vaststelling dat ook ik fel tegen het rechts-radicalisme en fascisme ben. Op zich al heel wat natuurlijk, want stel je toch eens voor. Bij het Afa-wereldje zelf voel ik me echter niet thuis. Ik heb nooit diepgaand onderzocht hoe dat precies komt. Zijn het de mensen, zijn het de ideeŽn, zijn er wellicht klassenverschillen in het geding (ik heb zelf een hogere middenklasse achtergrond), heerst er een man/vrouw verhouding die maakt dat ik er met m'n feminisme niet mee uit de voeten kan, staat het intellectuele klimaat me soms niet aan, of zijn er slechts persoonlijke keuzes in het geding?

Ook al weet ik dan niet precies waar het gevoel van niet verbonden zijn vandaan komt, wat ik alvast wel kan doen is proberen iets over het gevoel zelf te zeggen. Het grappige is dat daar enige ontwikkeling in valt te onderkennen. Begin jaren tachtig begon dat voor mij vooral met het gevoel overbodig te zijn. Ik moet toegeven dat het actiebedrijf in die tijd sowieso op rolletjes liep (met en zonder mij), maar als er ťťn categorie van acties was waar keer op keer ruim voldoende mensen op afkwamen dan waren dat wel Antifa-acties. Kon ik lekker andere prioriteiten stellen zonder het gevoel te hebben de wereld in de steek te laten. Was er eerst alleen het gevoel overbodig te zijn, later kwam daar ook ergernis bij. Ergernis over de geestdrift waarmee mensen zich op Antifa lieten mobiliseren. Fascistenmeppen was feest. Wat had ik die geestdrift en die mensenmassa's ook graag gezien bij acties waar een minder eenduidig vijandsbeeld in het geding was. Het gevoel overbodig te zijn kon in de tweede helft van de jaren tachtig natuurlijk geen stand houden, dit als gevolg van algeheel personeelsgebrek. Om gezondheidsredenen ontdeed ik me ook maar van de ergernis. Wie echter denkt dat ik me met Afa ging bezighouden heeft het mis. Ik begon de Afa strijd als behoorlijk leeg te ervaren: je weet niet wat je wil maar je weet in ieder geval waar je tegen bent. Waar de vrouwenbeweging had laten zien dat er naast strijd tegen seksisme ook mooie stukjes nieuwe wereld op te bouwen zijn, bewezen de Antifa's onvervalste frontsoldaten (m/v) te zijn. En te blijven, want ze gingen er ook mee door in de periode dat de rest van rakicaal links eind jaren tachtig het milieu begon te ontdekken (wat een hele prestatie is voor een beweging die in verregaande mate anti is). Begin jaren negentig was extreem rechts flink aan het groeien en vond ik het tijd me nogmaals te beraden over wat ik persoonlijk zou kunnen bijdragen aan de strijd tegen extreem rechts/fascisme. Waar zou ik me als onervaren antifascist het beste bij kunnen aansluiten? Bij radicaal linkse of bij burgerlijke groepen? Allebei leek het me niks, en ik bleef opnieuw aan de zijlijn staan maar ging wel voor het eerst in 12 jaar weer eens stemmen. En dat mag ondanks mijn buitenparlementaire gerichtheid toch geÔnterpreteerd worden als een voorkeur voor en indirecte steun aan burgerlijke antifascistische initiatieven. Antifa is voor mij nog immer niet aantrekkelijk.
Tot slot wil ik nog iets kwijt over het gebruik van geweld: ik wijs het gebruik van geweld af maar niet omdat ik in alle gevallen principieel tegen ben. Het zijn meer de achterliggende visie en levenshouding die me niet bevallen. Als je denkt in de huidige Nederlandse samenleving met de rug tegen de muur te staan en je wel gedwongen bent om geweld te gebruiken, dan denk ik dat het je op z'n minst aan creativiteit ontbreekt. Maar er is denk ik meer aan de hand. Waar de links radicale antifascistische strijd onder leidt is wat ik zou willen noemen het radicaliteitssyndroom. Dit syndroom bestaat uit o.a. vijanddenken in combinatie met een gebrek aan communicatieve vaardigheden. Twee elementen die elkaar in stand houden. Het radicaliteitssyndroom is een hinderpaal, het leidt tot isolement, het belet de communicatie met de buitenwereld die nodig is om jezelf aantrekkelijk genoeg te maken voor het verkrijgen van brede maatschappelijke steun. Mijn devies: voer geen acties meer met een militant karakter (wel confronterend); zet alles in het werk voor brede maatschappelijke steun; en wat betreft de gewelddadige bedreigingen die van fascisten uitgaan: zorg dat de politie datgene doet waar ze voor worden opgeleid: bestrijding van de criminaliteit. Voor het verkrijgen van brede maatschappelijke steun is het nodig defensief geweld over te laten aan een instantie waar het gros van de mensen zich mee kan identificeren.

Robert Steeman

 


Ik zou graag willen reageren op de ingezonden brief van Metha. Eindelijk eens een artikel over Afa waar ik me achter kan scharen. Het komt mij voor dat Afa de 'afdeling' is binnen radicaal links die het meest achterloopt. Vernieuwingen vanuit de vrouwenbeweging en de milieubeweging lijken aan hen voorbij te zijn gegaan. Een ouderwets aandoend vijanddenken lijkt hun strategie en handelen te bepalen. Het gebruik van geweld wordt simpel gelegitimeerd met het gebruik van geweld door de vijand (zie bijvoorbeeld het stuk van Rick). Wanneer gaat Afa eens moderniseren? Of is men bang in dat geval wat al te veel aansluiting bij de maatschappij te vinden en hun ideeŽn wel eens gemeengoed zouden kunnen gaan worden? Volgens Rick iets waar je je voor moet hoeden en zeker niet tevreden over mag zijn. Wat steekt hier achter: een militante invulling van het ouderwetse hippie-ideaal van zelfvoorzienendheid? Doorbreek het vijanddenken, het is een vorm van consumptief vermaak! De vijand biedt de stof en jij hoeft slechts te reageren. Ga je opbouwend bezig dan zul je zelf stof aan moeten leveren en daar komt heel wat meer bij kijken. Het lijkt erop dat de Afa-cultuur nog niet toe is aan dat meer.

Hester L.

 


Met deze brief ga ik in op het stuk van Rick in NN 194. Hij schrijft dat fascisten mogelijk in hun denken verder zouden kunnen radicaliseren als gevolg van antifascistisch geweld. Ik denk dat dat zeker gebeurt zolang de strijd tussen fascisten en antifascisten nog het (op z'n minst uiterlijke) karakter houdt van rivaliserende bendes. Dat die radicalisering voor buitenlanders geen extra gevaar oplevert omdat fascistisch geweld voor hen toch al realiteit is, vind ik ongenuanceerd. Een geradicaliseerde fascist vorm natuurlijk wel een grotere bedreiging voor buitenlanders. Verder schrijft Rick dat een geradicaliseerde fascist in zijn ogen niet fascistischer is maar alleen duidelijker aanwezig voor ons (blanken). Als ze duidelijker aanwezig zijn betekent dat toch dat ze misschien niet hun ideeŽn maar wel hun praktijk hebben uitgebreid. Negatief dus. En die duidelijke aanwezigheid mag nooit positief beoordeeld worden om reden dat fascisten zichzelf daardoor meer te kijk zetten, zichtbaarder worden, want dat zou een vorm van verelendung zijn.

Rick is het voor een deel eens met de stelling dat binnen radicaal links het vooral de Antifa's zijn die minder moeite hebben met het gebruik van geweld. Het is opvallend dat hij schrijft dat het in de situatie van Leeuwarden te maken had met een gebrek aan genoeg mensen voor zoiets als een alternatieve geweldloze blokkade. Misschien is het in zo'n geval toch maar beter om de strijd tegen fascisten tijdelijk te staken totdat er een draagvlak is dat breed genoeg is voor het op een verantwoordelijke wijze voeren van actie, bijvoorbeeld zo'n blokkade. Beter dan met een te klein groepje voor geweld te kiezen, risico's te nemen, met mogelijk een averechts effect voor het imago van Antifa.

Nico Smit


Dit artikeltjes verschenen eerder in Ravage (allen geschreven voor Michel Post)